• Jeffrey van Rossum

Miniblog #4 - De geschiedenis van filmmuziek deel 4

In de jaren 30 was het enorm zoeken naar de beste manier om filmmuziek te gebruiken. Moest de film worden aangepast aan de muziek? Of moest de muziek worden aangepast aan de film? Of moesten beiden elastisch zijn om tot het beste resultaat te komen?


Veel muzikanten stonden op straat, de theaters hadden geen orkest meer nodig. Alle B films en korte films werden gemaakt zonder het inhuren van orkest. Iedere grote filmstudio begon zijn eigen muziekafdeling te ontwikkelen. Er was niet één filmcomponist maar een heel muziekteam. Ze gebruikten gemeenschappelijk thematisch materiaal en zette dit om naar de toen populaire stijlen zoals neo-Gerschwin, westerse folk of symfonische Wagner-Strauss. Dit gebeurde in razend tempo, binnen een week stond 30-45 minuten aan filmmuziek erop.


Opgenomen muziek werd gebruikt in meerdere films, een liefdesscène uit film A klonk hetzelfde als een liefdesscène uit film B. De opnamekwaliteit was bar slecht en sommige instrumenten werden vermeden. Er werd gezocht om nieuwe instrumenten te ontwikkelen die wel goed klonken op opnames door oa. Eric Sarnette en Adolph Sax Jr.