• Jeffrey van Rossum

Miniblog #5 - De geschiedenis van filmmuziek deel 5

In 1938 ging 65% van de bevolking van Amerika iedere week naar de bioscoop. Tegenwoordig is dat nog maar 10%. Hoewel de beurs instortte in 1929 leek Hollywood niet aangedaan. Er werden 500 films per jaar gemaakt tussen 1930 en 1940.


Vanwege de snelheid van productie ontstonden er gewoontes, formules en clichés binnen de filmmuziek. Koper die het hoofdthema brult, het liefdesthema met zoete violen etc. Ook natuurrampen zoals aardbevingen en bosbranden werden benadrukt met muziek. Het orkest was altijd het medium.


Enkele bekende componisten uit deze tijd waren Max Steiner, Erich Wolfgang Korngold en Alfred Newman. Ideeën werden geleend uit de opera's van Wagner, Puccini, Verdi en Strauss. Het idioom zou begrijpelijk zijn voor het publiek. Het fundamentele verschil was dat muziek in opera een grotere rol speelde dan muziek in film. De functie komt echter heel erg overeen, en als je dialoog als het gezongen woord uit opera ziet vervagen de verschillen nog meer.


Er gebeurde weinig innovatiefs omdat tijd en geld dicteerde dat componisten iets moesten maken dat werkte. Er was geen tijd voor het herschrijven van de muziek en een studio die investeerde kon geen risico’s nemen.